Loon


Voorpublicatie van het boek ‘Alles stroomt’

In deze novelle gaat de bijna 13-jarige Nicu voor het eerst met pleegmoeder Jeske op vakantie naar een schitterende plek aan een rivier in Frankrijk. Nicu’s eigen moeder Ana - hoewel niet letterlijk aanwezig - reist mee in de gedachten en verlangens van Nicu. De kampeerplek aan de rivier is geliefd en bekend. Ook andere familieleden van Jeske zijn daar: de dochter met haar gezin, de zoon met zijn vriendin, later sluiten anderen aan. Voor Nicu is het allemaal familie maar hij heeft nog geen inzicht in de interne verhoudingen binnen deze groep. De drang om net zoals de anderen aanvaard te worden en geliefd te zijn legt spanning in de omgang met familie en Jeske. De rivier was helder; steentjes blonken en op de bodem trok de stroom aan het wier dat om Nicu’s enkels golfde. Hij kon lang blijven staan, het water was fris maar niet steenkoud. Ze bestudeerde zijn witte lijf, te iel voor de bijna dertien jaren die hij telde. Hij had een speer gemaakt van een verse bamboescheut en werd scherp teruggefloten door Jeske toen ze zag hoe ongecontroleerd hij het zakmes naar zich toe haalde om de speer aan te scherpen. Ze ontbeten aan de oever. Er was een stoeipartijtje tussen broer en zus. De vriendin kwam erbij om haar vriend een handje te helpen. Jeske zat aan tafel met koffie en keek het lachend aan. Nicu was opgesprongen, vloog ertussen al riep Jeske dat hij weg moest blijven. Hij gilde van het lachen. Haar dochter rechtte haar rug, schudde Nicu van zich af en liet zich toen weer lachend overmeesteren door haar broer maar Nicu klemde zich nu om de hals van de vriendin. Jeske schoot toe, sleurde Nicu van de vechtenden af en snauwde dat hij hen met rust moest laten. Hij moest zich niet elke seconde overal mee bemoeien, het gevecht was van deze drie: broer, zus, vriendin! ‘Snap je dat niet? Dat je dit niet snapt!’ Hij ging zitten in het gras met een verwilderd wit gezicht en trekkende mond maar hij ging niet huilen, ook niet toen Jeske met een kwaad en lelijk gezicht zei: ‘Je wilt er zo graag bij horen dat je er niet bij hoort.’ ‘Mam’, zei haar dochter, ‘laat nou, er is niets aan de hand.’ Een uur later in de caravan probeerde Jeske het Nicu uit te leggen want ze had last van zijn verdrietige gezicht: ‘Je hoort erbij, je bent deel van deze familie, en jouw eigen mama en papa en tante horen erbij, we hebben allemaal met elkaar te maken, we zien elkaar allemaal, je hoeft dat niet constant te bewijzen.’ Als hij het snapte was hij knap want Jeske bedacht toen ze weer rustig was geworden dat het niet waar was wat ze had gezegd. Zijn eigen papa en mama hoorden er helemaal niet bij, ze hadden wel allemaal wat met elkaar te maken maar Nicu was het scharnier.

“Ze hield van haar familie en ze hield van Nicu, en soms zat daar een muur tussen.”

Nicu hoorde bij mensen van wie hij was afgenomen en bij mensen aan wie hij was doorgegeven. Dwars door Nicu liep de grens. Dat moest pijn doen. Jeske wilde met hem praten, haar excuses aanbieden, ze had hem pijn gedaan. Hij had al zoveel pijn, die je aan de buitenkant niet zag, behalve Jeske dan die het weten kon maar het liet afweten. Nicu was moedig, lachend, krachtig. Ze hield van haar familie en ze hield van Nicu, en soms zat daar een muur tussen. Ze voelde haar zoon verkillen als Nicu haar mam noemde, haar zoon week van hem weg als Nicu op hem afstormde om zijn armen om ‘zijn broer’ heen te slaan. Ze vroeg of hij begreep waarom ze zo boos was. Hij zei dat hij dom was geweest. ‘Je bent helemaal niet dom geweest, dat bedoel ik niet, zei Jeske. Denk eens goed na.’ Goed dan, hij was bang geweest voor haar. Dat ze hem straf zou geven zoals zijn moeder hem altijd straf gaf. Als hij in haar computer zat of aan haar telefoon, kreeg hij huisarrest en moest zonder eten naar bed. Dat hield zijn moeder vol. ‘Maar waarom zou ik je straf geven?’, vroeg Jeske.’ Waarom denk je dat ik boos was?’ ‘Sorry’, zei Nicu. ‘Ik hoef geen sorry’, zei Jeske. ‘Ik was boos op je, maar het was niet terecht. Je wilde gewoon meedoen. Als er iemand sorry moet zeggen, ben ik het.’ ‘Ja, inderdaad’, zei Nicu.’ En nu heb je straf verdiend. Steek je handen uit.’ Jeske stak ze uit met haar handpalmen naar boven. ‘Draai ze om’, zei Nicu. ‘Wat ga je doen? Niet te hard, hè?’ ‘Vertrouw me’, zei Nicu. Jeske trok haar handen weg. ‘Nee.’ ‘Echt, je kan me vertrouwen. Doe je ogen maar dicht.’ Jeske sloot haar ogen. Nicu sloeg hard op haar handen. Ze voelde een felle pijn. ‘Zo! Je verdiende loon!’ Door Jeske Mandagi Illustratie van Katrien Holland

Loyaliteit in beeld

Loyaliteit is een belangrijk en dagelijks thema binnen pleegzorg. In de Week van de Pleegzorg 2020 werd een mooi filmpje van Jeugdhulp Friesland en William Schrikker Gezinsvormen gepresenteerd over de blijvende band met ouders en het mogen vertrouwen op pleegouders.

Beeld: De Zandtovenaar, Gert van der Vijver

Hoe ga je verder na het afscheid van je pleegkind?