Hoe zit dat?


De rol van de voormalige pleegouders in het leven van het pleegkind

Hoe langer een pleegkind in een pleeggezin verblijft, des te belangrijker de rol van de pleegouders wordt in zijn leven. Een pleegkind dat langdurig in een pleeggezin verblijft, kan niet zomaar ergens anders worden geplaatst (1). Hoe langer het verblijf duurt, hoe meer invloed dat immers heeft op de hechting en de identiteit van het kind. De band tussen het pleegkind en de pleegouders wordt door de wetgever beschermd. Maar hoe zit het eigenlijk met de rechten van de voormalige pleegouders? (2) Rubriek van Mariska Kramer

Jeffrey

Jeffrey (4 jaar) staat onder voogdij van een gecertificeerde instelling en is sinds hij twee weken oud is bij zijn pleegouders Natascha en Frenk komen wonen. Wanneer Jeffrey 3,5 jaar is, moeten de pleegouders met pijn in het hart vaststellen dat zij niet langer voor Jeffey kunnen zorgen. Jeffrey heeft forse gedragsproblematiek die intensieve een-op-eenbegeleiding vraagt. Daarbij komt dat Frenk gezondheidsproblemen heeft, waardoor de opvoeding van Jeffrey voor Natascha en Frenk te zwaar is geworden. In overleg met de voogd (gecertifieerde instelling) wordt Jeffrey in een gezinshuis geplaatst. Bij deze plaatsing geeft de voogd aan dat de pleegouders een belangrijke rol blijven vervullen in het leven van Jeffrey. Er wordt een omgangsregeling door de voogd vastgesteld van eens per drie weken. Na een aantal maanden besluit de voogd echter tot stopzetting van de omgang. Jeffrey heeft therapie nodig en volgens de voogd gaat de omgang niet samen met de therapie. Als, ook nadat de therapie is afgrond, de omgangsregeling door de voogd nog steeds niet wordt hervat, verzoeken de pleegouders de rechter om vaststelling van een omgangsregeling met Jeffrey.

Family-life De band tussen de voormalige pleegouders met het pleegkind wordt in de wetgeving niet specifiek beschermd. Natascha en Frenk hebben het recht op omgang dus niet vanwege hun hoedanigheid als voormalig pleegouders van Jeffrey, maar vanwege de hechte band die zij met hem hebben opgebouwd. Ze moeten een beroep doen op die hechte band, het ‘family-life’ op grond van artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Hierin staat dat iedereen die met een kind in een zodanige betrekking staat of heeft gestaan dat er sprake is van ‘family-life’, recht heeft op regelmatige omgang of contact met het kind. Het maakt daarbij niet uit of die band is gebaseerd op biologisch en/of juridisch ouderschap of op een andere relatie, bijvoorbeeld pleegouder- of grootouderschap. Er moet sprake zijn (geweest) van feitelijk gezinsleven. Omgangsprocedure Helaas wordt in de praktijk de band tussen de voormalige pleegouders en het pleegkind door jeugdbeschermers vaak niet voldoende erkend. Pleegouders zullen in dat geval met behulp van een advocaat een omgangsprocedure moeten starten. Het is overigens raadzaam voor pleegouders om tijdig (dat wil zeggen bij de start van het pleegouderschap) een rechtsbijstandsverzekering af te sluiten waarbij pleegzorg onder de polisvoorwaarden is opgenomen. In het geval van Natascha en Frenk heeft de rechter een omgangsregeling vastgesteld. Hierbij was medebepalend dat Jeffrey en Natascha lange tijd voor Jeffrey hebben gezorgd en de pleegzorginstelling de noodzaak van omgang bij de rechtbank heeft benadrukt.

Informatie over het pleegkind Pleegouders hebben gedurende het verblijf recht op belangrijke informatie over het pleegkind. Het gaat om informatie die nodig is om goed voor het pleegkind te kunnen zorgen. Pleegouders moeten ook worden betrokken bij de besluitvorming over het pleegkind. Dit recht komt voor de voormalige pleegouders te vervallen. Zij worden (vaak) niet meer betrokken bij de besluitvorming over hun voormalige pleegkind door de jeugdbeschermer en ook (lang) niet altijd (meer) geïnformeerd over de ontwikkeling van het pleegkind. Pleegouders kunnen, met behulp van een advocaat, de rechtbank verzoeken om een informatieregeling vast te leggen, die moet worden nagekomen door de jeugdbeschermer. Voormalige pleegouders zijn na beëindiging van de plaatsing afhankelijk van de rol die zij toebedeeld krijgen van de jeugdbescherming (3). Wanneer er sprake is van family-life (4) tussen de voormalige pleegouders en het pleegkind, kunnen zij de kinderrechter verzoeken om vaststelling van een omgangsregeling en een informatieregeling.

Mariska Kramer

Advocaat Mariska Kramer maakt zich sterk voor het belang van het (pleeg)kind. In haar advies- en procespraktijk staat ze pleegouders bij en adviseert ze pleegzorgaanbieders en gecertificeerde instellingen. Ook geeft ze lezingen en cursussen over de rechtspositie van het (pleeg)kind en pleegouders.

Helpdesk voor pleegouders

Heb je vragen over pleegzorg, wil je weten wat je rechten en plichten zijn als pleegouder of heb je advies nodig over een pleegzorgonderwerp? De helpdesk van de NVP helpt je verder! We bieden een luisterend oor, denken met je mee en geven (juridisch) advies.

Voetnoten

1. De hoofdregel is dat het verblijf van een pleegkind dat langer dan een jaar in een pleeggezin woont, niet zonder toestemming van de (kinder)rechter mag worden beëindigd. 2. De rechten van voormalige pleegoudervoogden die na beëindiging van de plaatsing nog wel de voogdij uitoefenen blijven hier buiten beschouwing, voogden nemen immers de beslissingen over het kind. 3. Of van de ouder(s) als er sprake was van een pleeggezinplaatsing op basis van vrijwilligheid. 4. Family-life ontstaat in ieder geval na een jaar verzorging en opvoeding van het pleegkind. Na verloop van tijd kan het family-life geacht te zijn doorbroken als er een (langere) tijd geen contact meer is geweest tussen het pleegkind en zijn voormalige pleegouders.

Een ongewenste vorm van 'pleegzorg'