Hoe verder na het afscheid van je pleegkind?

Het vertrek van een pleegkind kan een grote impact hebben op alle gezinsleden. Het is belangrijk om te praten over wat er is gebeurd en hoe je met dit verlies kunt omgaan.

In de kamer van Agnes en Willem hangt een serie zelfportretten van gezinsleden, met daarop antwoorden op vragen als ‘waar kan ik rust vinden?’ en ‘wat helpt mij als ik verdrietig ben?’ Agnes: “Naar aanleiding van deze tekeningen hebben we mooie gesprekken met elkaar gehad over hoe we het vertrek van ons pleegkind verwerken. Voor de een werkt een arm om je heen troostend, voor de ander juist niet. Dat is voor ons nu een sein om rekening mee te houden. De tekeningen hangen hier, zodat we ons bewust blijven van wat we allemaal hebben gezegd, maar vooral als herinnering aan bijzondere gesprekken met het gezin over ons verlies en hoe we ermee verder kunnen.” Verlieservaringen Agnes vertelt over de gesprekken die zij heeft gehad na de beëindiging van de plaatsing van een pleegkind. Het was een moeilijke periode voor het hele gezin. Mede dankzij de gesprekken kunnen ze verder met de verlieservaringen, er wordt zelfs gesproken over een nieuwe bijplaatsing. De gesprekken zijn onderdeel van de module nazorg van Jeugdhulp Friesland. Ineke Wiebing is maker en mede-uitvoerder van de module. “We hebben deze module ontwikkeld vanuit praktijkervaringen. Eerst hebben we pleeggezinnen geïnterviewd die een breakdown meemaakten. Daardoor werd de impact van een afgebroken plaatsing op het pleeggezin heel duidelijk en de behoefte aan ondersteuning ook.” Nazorg is maatwerk De module bestaat in principe uit vier gesprekken. Wiebing: “Nazorg bieden blijft altijd maatwerk. In het gezin van Agnes en Willem was er na een gesprek met de pleegouders een kennismaking met de kinderen en vervolgens het gezinsgesprek. Het vierde gesprek was evaluatief en toekomstgericht: hoe nu verder?”

In de nazorggesprekken wordt besproken wat er feitelijk is gebeurd, wat voor impact het op iedereen heeft, hoe gezinsleden persoonlijk omgaan met stressvolle situaties en het verlies en wie of wat hen steunt. Hierbij wordt ook psycho-educatie gegeven over de werking van het brein bij stress en/of trauma. Er worden verschillende technieken ingezet, zoals genoemde tekeningen over hoe groot de pijn en schrik is en waar die zit in het lijf. Stilstaan bij gevoelens “Het is belangrijk dat het pleeggezin goed verder kan”, zegt Wiebing. “Als een plaatsing moet worden afgebroken, is er in de periode ervoor vaak sprake van een overlevingsstand, met stress om door te blijven gaan. Nadat het pleegkind weg is, is die stress niet meer functioneel en ontstaat er ruimte voor gevoelens van verdriet en onmacht. Stilstaan bij de gebeurtenissen en gevoelens is niet alleen nodig voor het gezin zelf, maar ook belangrijk voor een eventueel nieuw pleegkind. Voorkomen moet worden, dat de opgedane ervaringen als een trauma doorwerken in een nieuwe plaatsing.” Volgens Wiebing blijven er nog wel vragen te beantwoorden, bijvoorbeeld op financieel gebied. “Nu wordt alleen de plaatsing van het kind betaald en niet de voor- en nazorg van het gezin. We zijn bezig om de module intern verder te ontwikkelen. Het plan is om deze ook buiten onze organisatie aan te bieden, zodat ook pleeggezinnen elders hiervan kunnen profiteren.” Onderdeel van basispleegzorg William Schrikker Gezinsvormen (WSGv) heeft in het kader van het actieonderzoek continuïteit pleegzorg een werkwijze beschreven over wat pleeggezinnen nodig hebben na een beëindiging van de plaatsing. De tekst gaat verder onder de afbeelding.

Vervolgondersteuning

In oktober 2020 heeft het NJi de vernieuwde methodiekhandleiding voor professionals binnen de pleegzorg uitgebracht (3). Belangrijk in de aanpassingen zijn het toevoegen van zorg voor eigen kinderen aan de begeleiding en aandacht voor het afscheid van een pleegkind en de vervolgondersteuning voor het hele gezin. Met het toevoegen van een uitgebreid hoofdstuk over vervolgondersteuning (fase 4 van het pleegzorgproces) wordt recht gedaan aan de noodzakelijke nazorg aan pleeggezinnen.

Gedragswetenschapper Sylvia van de Cappelle kreeg de opdracht om beleid voor nazorg te onderzoeken en te formuleren hoe nazorg in de organisatie kan worden geïmplementeerd. Van de Cappelle: “Het onderzoek ‘Waarom stoppen pleegouders?’ (1) en de uitkomsten van de P-toets, de tevredenheidstoets van pleegouders, waren de directe aanleiding om hiermee aan de slag te gaan. Vanuit de ervaringen van pleegouders, de Pleegouderraad en pleegzorgwerkers hebben we nazorg gedefinieerd en in het werk van pleegzorgwerkers geïntegreerd.”

Tijd voor nazorg “Ieder pleeggezin waarbij een plaatsing stopt, krijgt nazorg aangeboden, in principe van de eigen pleegzorgwerker”, vervolgt Van de Cappelle. “Belangrijk is dat het op maat gebeurt. Afhankelijk van de behoefte, maar minimaal drie keer is er contact met het pleeggezin en wordt besproken wat er speelt en wat eventueel extra nodig is. Voor de pleegzorgwerker betekent dit, dat het pleeggezin nog zes maanden op de caseload staat na de beëindiging van de plaatsing. Mocht er specialistische hulp nodig zijn, zoals systeemtherapie voor het gezin of EMDR, dan wordt deze hulp extra ingezet door externe organisaties.” Behalve in de uitvoering van het werk, moet er een financiële basis zijn voor dit extra werk, aldus Van de Capelle. “Besloten is dat nazorg een essentieel onderdeel is van basispleegzorg.

Dat betekent dat dit ook zo wordt gepresenteerd aan de gemeentes waarmee we contracten zijn aangegaan. Op deze manier willen wij de extra tijd van de pleegzorgwerkers gefinancierd krijgen.” Continuïteit van pleegzorg De aandacht voor nazorg aan pleeggezinnen is versterkt door het onderzoek ‘Waarom stoppen pleegouders? (1) In het onderzoek geeft 21 procent van de gestopte pleegouders aan dat zij geen enkele vorm van nazorg hebben gehad. Als er wel sprake van was, leek de begeleiding vooral gericht op de afronding van de plaatsing en niet op de emotionele gevolgen. Het onderzoek maakt deel uit van het project ‘Actieonderzoek continuïteit pleegzorg’, een samenwerking tussen Nederlands Jeugdinstituut (NJi), de Nederlandse Vereniging voor Pleeggezinnen (NVP), Jeugdzorg Nederland en tien pleegzorgorganisaties. Het doel is breakdown te voorkomen en uitval van pleegouders tegen te gaan. Uit het actie-onderzoek zijn verschillende initiatieven ontstaan rondom nazorg en andere onderwerpen die beide doelen nastreven (2). De resultaten van het actieonderzoek zijn op 1 april 2021 gepresenteerd in het online magazine 'Voorkom breakdown en uitval pleegouders: wat werkt in de praktijk?' Het magazine is hier te lezen. Door Maud Verhoofstad, redactielid van BIJ ONS, pleegouder, vertrouwenspersoon en mantelzorgmakelaar.

“De problemen van Carlos waren te groot en ik ondervond veel tegenwerking in plaats van samenwerking. Het is nu veel rustiger thuis en iedereen gaat zijn eigen gang. Maar wat missen we hem, vooral als hij hier in het weekend weer is. We weten dan weer wat we missen en voelen ons compleet. Als gezin kunnen we onze draai samen moeilijk vinden, vooral mijn zoon laat niets los van wat hem hierbij bezighoudt. Ik voel zelf ook nog veel verdriet en boosheid. Het gebrek aan samenwerking en de gevolgen voor het proces van uithuisplaatsen hebben mij persoonlijk uit balans gebracht. Waarschijnlijk zijn de huidige gesprekken met de pleegzorgwerker onvoldoende. Zij is op zoek naar iemand die ons gezin weer verbindt en misschien op termijn EMDR voor mij persoonlijk.” (pleegouder van WSGv na een problematische uithuisplaatsing)

Voetnoten

1. Waarom stoppen pleegouders, door het Nederlands Jeugdinstituut, Jeugdzorg Nederland en de Nederlandse Vereniging voor Pleeggezinnen, 2019. 2. Meer lezen over de inzet van nazorg door WSGV en Jeugdhulp Friesland: nieuwsbrief Actieonderzoek Continuïteit pleegzorg van juli 2020, impressie van een onlinebijeenkomst, sessie nazorg en relatiebeheer pleegouders. 3. Pleegzorg begeleiden is een vak, de landelijke methodiekhandleiding voor professionals binnen de pleegzorg, oktober 2020. Een uitgave van het Nederlands Jeugdinstituut.

Pleeggrootouderdag 2020