Pleeggrootouderdag 2020


Leerzame bijeenkomst­ voor hardwerkende­ pleeggrootouders­

Zoals alle evenementen in deze tijd vond ook de jaarlijkse pleeggrootouderdag op 28 oktober 2020 in een digitale omgeving plaats. We raken er al een beetje aan gewend. Het voordeel is dat je lekker thuis kunt blijven, het nadeel dat je de sfeer mist en niemand echt ontmoet. Pleeggrootouders zijn harde werkers en volhouders. Met bescheiden ondersteuning en nogal wat familiaire turbulentie proberen ze er, ongeacht hun leeftijd, wat van te maken. De meeste pleegkleinkinderen zijn daar ontzettend blij mee. Dat wil niet zeggen dat de zorg voor de kleinkinderen zonder slag of stoot gaat, benadrukte voorzitter Mirte Loeffen van Stichting Belangenbehartiging Pleeggrootouders (SBPN) in haar welkomstwoord. “Grootouders zijn heel waardevol voor hun kleinkinderen. Hun band is uniek en wederzijds. Als je als opa en oma de opvoeding van een kleinkind op je neemt, wordt die band nog hechter en tegelijkertijd problematischer. Daar ontkom je niet aan.” De bijeenkomst was verdeeld in drie blokken: een gemeenschappelijk deel, lezingen voor pleeggrootouders en lezingen voor professionals. Wethouder Sacha Baggerman van Culemborg beloofde dat de pleeggrootouderdag volgend jaar alsnog fysiek welkom is in Culemborg. Toename pleeggrootouders België Frank van Holen hield een lezing, getiteld ‘Begeleiding van pleeggrootouders in Vlaanderen’. Hij is professor aan de Vrije Universiteit te Brussel, coördinator van het Kenniscentrum Pleegzorg Vlaanderen en directeur Hulpverleningsbeleid Pleegzorg in Vlaams-Brabant en Brussel. In België neemt het aantal pleegkinderen dat bij grootouders wordt geplaatst nog steeds toe. Meer dan 40 procent van alle netwerkplaatsingen is een pleeggrootouderplaatsing. Toch noemt Van Holen het een onderbelichte groep. Daarom is er flink geïnvesteerd in het in kaart brengen van ondersteuningsbehoeften en begeleiding van pleeggrootouders. Hij vertelde over de achtergrond van pleeggrootouders en de uitdagingen waar ze voor staan, zoals het veranderde sociale netwerk, de gespannen relatie met de ouder van het kind, bezorgdheid voor de toekomst en angst voor herplaatsing. Aandachtspunten zijn: een goede relatie met het kleinkind, goede opvoedingsvaardigheden en -omstandigheden, steun van de partner en vertrouwen in de toekomst. Ook de samenwerking met de pleegzorgorganisatie is van belang. Sinds 2014 is er een ondersteuningsprogramma van acht maandelijkse bijeenkomsten, met thema’s als loyaliteit, opvoeding, gedeeld ouderschap en de rolwisseling van grootouder naar pleeggrootouder. Ook gezondheid en zorg voor de toekomst staan op de agenda. Deze bijeenkomsten worden erg gewaardeerd. In tegenstelling tot België is de begeleiding van pleeggrootouders in Nederland nog vrij summier. Er zijn wel pleeggrootoudergroepen, maar het is niet bekend hoeveel en hoe deze functioneren. De vraag is waarom dit in Nederland niet beter van de grond komt. Goed van SPBN om dit onderwerp te agenderen, zodat ook in Nederland meer ingezet kan worden op aandacht en begeleiding van deze belangrijke groep.

Frank van Holen

Juridische kant van pleegzorg Pleeggrootouders konden vervolgens kiezen uit twee lezingen: ‘Jeugdzorg en pleegzorg in Nederland, hoe werkt dat eigenlijk?’ en ‘Erfrecht en nalatenschap, waar moet u op letten?’ Eerstgenoemde lezing werd gegeven door Evelien in de Rijp, jurist bij Levvel, de nieuwe naam voor de samenvoeging van Spirit en Bascule. Zij behandelde de juridische kant van een plaatsing, zowel vrijwillig als via de rechtbank. Ze ging in op ondertoezichtstelling, voogdij, pleegoudervoogdij en pleegzorg na de achttiende verjaardag. Bij een vrijwillige plaatsing komt er geen rechter aan te pas. In dat geval kunnen grootouders bij de gemeente een verzoek indienen om in aanmerking te komen voor pleegouderschap. De gemeente doet de eerste screening en bij een positieve uitkomst volgt een tweede screening door de pleegzorgorganisatie. Als deze positief uitvalt, hebben grootouders recht op pleegzorgvergoeding en begeleiding. Bij een ondertoezichtstelling zijn Veilig thuis en de gecertificeerde instelling meestal al ingeschakeld en soms ook de Raad voor de Kinderbescherming. De rechter beslist uiteindelijk of het kind bij de grootouders geplaatst wordt. Grootouders hebben dan ook recht op pleegzorgvergoeding en begeleiding van de pleegzorgorganisatie. In de Rijp gaf ook uitleg over het Blokkaderecht. Als het kind langer dan een jaar bij pleeg(groot)ouders woont, kan het niet zomaar overgeplaatst worden. De rechter moet daar uitspraak over doen. Meer informatie hierover is te vinden op de website van de NVP. Ook was er aandacht voor pleegzorg na de achttiende verjaardag van het kind. Pleegzorg loopt nu standaard door tot de eenentwintigste verjaardag. Als het gezag bij pleeggrootouders ligt, wordt de omgangsregeling ook door hen bepaald. Als hierbij problemen ontstaan, kan de pleegzorgwerker ondersteuning bieden. Informatie over omgang tijdens corona is ook te vinden op de NVP-website. Waar zitten pleeggrootouders mee? Na de middagpauze konden deelnemers kiezen tussen: ‘Waar zitten pleeggrootouders mee, vragen en antwoorden’, een bijdrage van de NVP en ‘Welke opleidingen zijn er voor pleeg(groot)ouders’ door Eline Engelhart van de Pleegzorg Academie. Voor de NVP beantwoordden Ingrid Paulussen en Thirza van der Ree vragen van deelnemers, bijvoorbeeld over pleegoudervoogdij en de rechten en plichten hierbij. Ook kwamen praktische zaken aan de orde als het openen van een bankrekening voor het pleegkind. Verder ging het over de duur van pleegzorg, die inmiddels is verlengd tot de eenentwintigste verjaardag van het pleegkind. Zo nodig kan een aanvraag ingediend worden voor verlenging tot de drieëntwintigste verjaardag. Van der Ree beantwoordde ook vragen over de rol van de pleegouder bij een rechtszaak. Traumasensitief opvoeden en zelfzorg De lezing van Eline Engelhart ging over de trainingen die zij verzorgt. Ze schetste een aantal belangrijke thema’s, zoals traumasensitief opvoeden en zelfzorg. Vaak staan pleegouders te weinig stil bij de zorg voor zichzelf, familie en hun relatie. De Pleegzorg Academie heeft onder andere op deze onderwerpen een trainingsaanbod. Er is nog weinig specifiek materiaal voor pleeggrootouders, maar daar wordt aan gewerkt. Tot slot was er een plenaire afsluiting door John Goessens, manager zorg bij Entrea-Lindenhout en voorzitter van het Landelijk Overleg Pleegzorgaanbieders. Hij verzorgde een interactief onderdeel, waarbij deelnemers konden reageren op een zestal stellingen over de relatie tussen pleegzorgwerkers en pleeg(groot)ouders. Mirte Loeffen sloot af met een dankwoord voor alle deelnemers en de sponsoren, waarvan Kinderpostzegels Nederland, Radar en gemeente Culemborg de belangrijkste waren. Al met al was het een leerzame dag, met vooral veel informatie. De lezingen worden op de website van de SBPN geplaatst. Door Lia Brouwer, redactielid van BIJ ONS, pleeggrootouder en pedagoog.