Pleegzorg­­ in coronatijd­


Hoe doen anderen het?

“Door de lockdown waren we op elkaar aangewezen”

Minder bewegen, meer snoepen, meer tijd achter het beeldscherm en leerachterstanden. Het zijn enkele negatieve gevolgen die de uitbraak van de coronapandemie voor sommige kinderen met zich meebrengt. Verbinding, warmte en rust zijn enkele positieve gevolgen. Hoe hebben pleeg- en gezinshuisouders de periode van sociale afstand ervaren?

“Toen bij ons in het pleeggezin corona uitbrak, dacht ik wel even: als dat maar goed gaat”, vertelt pleegmoeder Marjolein. “Ineens zit je met drie puberpleegkinderen en een tweeling in de peuterpuberteit in een huis dat al uit zijn voegen barst. Het was een pittige periode, maar het liet ons ook zien dat de pleegkinderen zich enorm ontwikkeld hebben. We zijn hechter geworden en elkaar meer gaan waarderen. In plaats van spelen met de Playstation gingen de pubers als vanzelfsprekend meehelpen met de was en de verzorging van de kleintjes.”

Samen thuis “Vooral in de eerste periode dat school en dagbesteding voor de meeste pleegkinderen wegvielen, waren er signalen dat de problemen die in een aantal pleeggezinnen al aanwezig waren, werden ‘uitvergroot’”, weet Janette Reukers, voorlichter van Pleegzorg Nederland. Er waren ook pleeggezinnen waarbij het juist beter ging dan verwacht. “Door het wegvallen van alles wat normaal gesproken moet, werd er rust gecreëerd voor de pleegkinderen door veel samen thuis te zijn.” “Door de lockdown waren we op elkaar aangewezen”, vertelt gezinshuisouder Anne. “Waar school, uitjes of logeermomenten eerder door de kinderen als ‘ontsnapping’ werden ingezet om hechting te voorkomen, werden ze nu gedwongen om de verbinding met ons aan te gaan. Dat was écht hard werken voor ons allemaal, maar achteraf is de drempel van angst om te kunnen hechten, verlaagd door de lockdown.” Spanningen en onzekerheid De Nederlandse Vereniging voor Pleeggezinnen (NVP), SBPN en LOPOR vroegen tussen 31 maart en 13 april 2020 aan 932 pleegouders en gezinshuisouders naar hun ervaringen met de coronacrisis. Van de gezinnen ervoer 42 procent de destijds geldende maatregelen als een grote impact. Vooral bij pleeggezinnen waarvan gezinsleden tot een risicogroep behoren, bijvoorbeeld een pleegmoeder met astma, zorgde de situatie voor onzekerheid en spanningen. Het gemis van de structuur van school of opvang was een ander groot probleem. Voornamelijk bij pleegkinderen die normaal extra zorg krijgen of op het speciaal onderwijs zitten, was het voor pleegouders lastig om diezelfde begeleiding thuis te bieden. Alle uitkomsten van de enquête vind je hier. Pleegzorgorganisaties en gemeenten werden steeds creatiever in het bedenken van ondersteuningsoplossingen. Zo zette Entrea-Lindenhout pedagogisch medewerkers in om gezinshuizen te ondersteunen. Verschillende gemeenten zetten initiatieven op voor ‘noodopvang’, juist voor kinderen voor wie het te ingewikkeld is om de hele dag thuis te zijn. Ook het speciaal onderwijs bleef open voor kinderen die de schoolstructuur nodig hadden. In januari 2021 werd nog een keer middels een enquête aan 878 pleeggezinnen gevraagd hoe het met ze ging. 75 procent van de pleeggezinnen gaf aan dat zij goed om konden gaan met de veranderde omstandigheden, maar 23 procent van de pleeggezinnen gaf in de enquête een zorgwekkend signaal. In deze pleeggezinnen bestaat een risico op breakdown en uitval van pleegouders, met alle gevolgen van dien: ongewenste verhuizingen voor pleegkinderen en tegenslag voor de pleegouders. Uitval van pleegouders betekent ook dat er minder plaatsen in pleeggezinnen beschikbaar zijn voor kwetsbare kinderen, wat grote maatschappelijke gevolgen heeft, zeker nu in veel gezinnen de spanningen oplopen. Alle uitkomsten vind je hier. Bezoek Ook al zijn de effecten van het coronavirus in het dagelijks leven nog volop merkbaar, vanaf het moment dat de scholen en dagbesteding weer open gingen, is het dagelijks ritme genormaliseerd. Volgens Reukers is de onduidelijkheid rond bezoek en omgang afgenomen. De richtlijnen van het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) helpen daarbij. Afspraken over bezoek kunnen in principe gewoon doorgaan. Sommige pleegouders vinden de onrust te groot na een bezoek. Het zou goed zijn om dan te kijken naar de vormgeving van de bezoeken, want volledige stopzetten is bijna nooit de oplossing voor een kind.

"Het coronavirus vraagt creativiteit en veerkracht van pleeggezinnen"

Beeldbellen De ervaringen die zijn opgedaan met videobellen, nemen pleegzorgorganisaties mee voor de toekomst. Reukers: “Bij beeldbellen zijn andere manieren van contact mogelijk, bijvoorbeeld spelletjes doen, ouders een boekje laten voorlezen, rechtstreeks of via een filmpje, en is een hogere contactfrequentie mogelijk. Er werd ook vaker buiten afgesproken, in een park, een speeltuin of het bos.” Voor sommige kinderen helpt de ‘afstand’ van het beeldbellen juist om het contact te verdiepen, omdat het kind dan even onder de tafel kan kruipen als het spannend is en niet per se hoeft te knuffelen. Hierdoor verloopt het contact soms meer ontspannen dan tijdens de fysieke bezoeken. Pleegmoeder Susanne heeft een heel andere ervaring: “Door corona moesten we ineens beeldbellen met de ouders, die ons adres niet kennen, omdat het vanwege agressie een geheime plaatsing is. Nu kwamen deze ouders via het beeldbellen ineens in mijn privé-omgeving. Dat voelde en voelt eigenlijk nog steeds als onveilig.” Geen duidelijk beeld Pleegzorg Nederland heeft nog geen duidelijk landelijk beeld van wat de uitbraak van het coronavirus precies betekent voor kinderen in pleeggezinnen. Bijvoorbeeld in welke mate gedragsproblemen zijn toegenomen of afgenomen en of er meer of minder afgebroken plaatsingen waren. De NVP signaleerde in februari dat bijna een kwart van de pleeggezinnen zich zorgen maakt of ze pleegzorg in de huidige omstandigheden kunnen volhouden. Bij een deel van deze groep zijn de zorgen zo groot dat er een kans is op breakdown als gevolg van de coronamaatregelen. Ook heeft de helft van de pleeggezinnen behoefte aan extra ondersteuning in de coronatijd, vooral van pleegzorgprofessionals. Deze behoefte is gegroeid ten opzichte van het begin van de crisis vorig voorjaar: toen gaf 35 procent van de pleeggezinnen aan behoefte te hebben aan extra ondersteuning. “Door de lockdown lukte het ons ineens beter om het gedrag van ons pleegkind in kaart te brengen”, vertelt pleegvader Maarten. “Helaas heeft dit uiteindelijk tot een afgebroken plaatsing geleid, omdat duidelijk werd dat de problematiek zich, ook buitenshuis, zo manifesteerde dat het niet meer draagbaar was. Zonder lockdown had het misschien veel langer geduurd, voordat hij of wij de juiste hulp kregen om hiermee om te gaan.” Door Saskia Soeters, redactielid BIJ ONS, oud-pleegkind en journalist, met medewerking van de redactie.

Onderzoek naar de pleegrechten voor kinderen